Stedentrips

Toulouseklik op de kleine foto

 

Toulouse, oh la, dat is echt het zuiden.  Zoals een Nederlander naar Maastricht kijkt, zo zien veel Fransen Toulouse: de stad ligt in het diepe zuiden, ver weg van de hoofdstad, de mensen praten er met een zangerig accent en de stad is onmiskenbaar elegant. Je gaat er naar toe om te winkelen, te flaneren, om zwaar te tafelen en voor een cultureel bad. En Toulouse biedt als extra verrassing ' technologisch toerisme'. Dus als je een keer in de Concorde wil zitten?

Restaurant: Au Pois Gourmand (3, rue Emile Heybrard, net aan de andere kant van de Garonne, vlakbij ziekenhuis Purpan). Hier wordt getoverd met smaak, kruiden en de beste ingrediënten. Neem de drukke zwetende kok/gastheer op de koop toe.

Warenhuis: Nouvelles Galeries (rue Lapeyrouse) super Bijenkorf, toevluchtsoord bij regen en zonneschijn.

Café: het donkerbruine proeflokaal Au Père Louis (rue des Tourneurs) voor een goed glas wijn of vin doux (Maury, Banyuls) of Le Trinity's (place de la Trinité, in de wijk Les Carmes), vaak lekker druk aan het eind van de dag.

Drankje: De traditionele aperitief Byrrh. Klinkt vies, maar is heerlijk.

Straat: de hele rue Croix-Baragnon; chique zaken met louter mooie spullen.

Techniek: excursies naar de vliegtuigindustrie en de waterkrachtcentrale van de EDF worden georganiseerd door Taxiway

La Cité de l'Espace (zie www.cite-espace.com)

Kunst: Mix'art Myrys (33, rue de Metz). Palais des Arts (naast de Ecole des Beaux Arts, quai de la Daurade). Les Abattoires (76, allées Charles-de-Fitte) moderne kunst in de voormalige slachthuizen

De site van het toeristenbureau ten slotte biedt een zeer complete lijst van alle activiteiten en voorstellingen: . en informatie over het voordelige arrangement ' Toulouse en liberté'.

Het was niet zo'n bekende stad, Toulouse. Maar twee jaar geleden plaatste de stad zich letterlijk in één klap op landkaart, toen een deel van het chemische bedrijf AZF ontplofte. Een gigantische ramp - tien dagen na de aanslagen in New York - die aan dertig mensen het leven kostte. Meer dan tweeduizend mensen raakten gewond. De fabriek stond veel te dicht op de stad en elfduizend gezinnen raakten hun woning kwijt. Wie vandaag via de zuidelijke périphérique Toulouse binnenrijdt kan de rampplek niet missen: nog staan er dichtgetimmerde flatgebouwen en flarden van fabriekshallen. De verzekeraars werken traag, burgemeester Douste-Blazy krijgt kritiek: ''Het is hem niet gelukt om de Giuliani van Toulouse te worden, '' aldus een gemeenteraadslid.

Maar eenmaal in het centrum aangekomen, ben je de beelden van de rampplek meteen kwijt. De binnenstad is chic en mooi. Wat opvalt zijn de grote groepen jonge mensen op straat. De bevolkingsopbouw van Toulouse is dan ook vrij bizar: er wonen zo'n 120.000 studenten, want je kan er ongeveer alles studeren. Dit betekent dat ongeveer één op de vijf inwoners student is. Afhankelijk van hoe er wordt geteld is groot-Toulouse de vijfde of zesde stad van Frankrijk, met ongeveer 650.000 inwoners. Het is dus een echt grote stad, maar het prettige is dat je niet steeds de metro of de bus hoeft te nemen om ergens te komen. Het hele centrum is te voet te doen. En - nu we toch stiekem aan het vergelijken zijn met Parijs - een bijkomend voordeel is dat het bijna 700 kilometer zuidelijker ligt dan de Franse hoofdstad en je dus ook hartje winter een veel grotere kans hebt om ' s middags heerlijk in de zon te zitten.

Er zijn pleinen genoeg om iedereen een terrasstoel te garanderen: Toulouse telt tientallen ' places', groot en klein, en vaak voorzien van een klaterende fontein. De aanvoerder is het Place du Capitole, de grote, vierkante, statige plaats middenin de stad, waaraan het enorme gemeentehuis ligt en een groot aantal winkels en brasseries. Inclusief een McDonald's: ondanks de vele en vaak felle protesten (van anti-globalisten en boeren) raakt ' MacDo' ook in Frankrijk steeds verder ingeburgerd. Maar gelukkig valt deze vestiging niet erg op, omdat het logo met de M alleen in een soort matte variant gebruikt mag worden. Het ronde Place Wilson is ondanks het drukke verkeer - hier is een taxistandplaats - een schatje. Midden op het plein houdt een parkje dapper stand. Op alle uren van de dag worden de banken bezet door studenten, telefonerend kantoorpersoneel, spijbelende ambtenaren en legitiem luierende bejaarden. Wie ' s middags op het veel rustiger Place Saint-Georges een kopje thee drinkt, moet zich niet verslikken wanneer een nabij gelegen lycée uit gaat en het etablissement binnen vijf minuten wordt overgenomen door een grote zwerm scholieren. Bijna allemaal hebben ze donkerbruin of zwart haar en ze zijn gemiddeld minstens een kop kleiner dan de Nederlandse scholier.

''Ze zijn lui in het zuiden, alleen niet wat de taal betreft, '' grapt een Fransman uit het noorden. In het zuiden spreken ze een prettig soort Frans, zeker voor een buitenlander die z'n best doet om alles te volgen. Want vrijwel alle lettergrepen worden duidelijk uitgesproken. Het zuidelijke Frans klinkt zangerig. Je herkent een zuiderling het beste aan het veelvuldig gebruik van de ' ng'-klank aan het eind van woorden die op een ' n' of ' nd' eindigen. ' Grand' wordt uitgesproken als ' grang', ' maison' als ' maisong'.

Minder duidelijk wordt het als iemand in het occitaans tegen je begint. In ongeveer eenderde van de 95 Franse departementen - de zuidelijke - leeft deze oude taal nog altijd voort: men denkt dat een kleine twee miljoen mensen geregeld occitaans spreekt. ' Oc' betekent ' ja' en de regionaam ' Languedoc' betekent niets anders dan ' de taal van oc'. Als ongekroonde hoofdstad van de Languedoc is Toulouse nog niet zolang geleden begonnen in het centrum ook straatnaambordjes in het occitaans op te hangen. Voorzien van het mooie roodgele kruis van de Languedoc.

De traditionele streekkeuken moet het niet hebben van verfijning en raffinement: nee, in hun eigen vet gesudderde eendenpoten, grote hompen foie gras en dampende schalen met witte bonen en stevige worst, daar houden ze hier van. En zoals het iedere Franse stad met enige trots betaamt, worden jaarlijks veldslagen gevoerd met alle omliggende plaatsen over de vraag wie deze gerechten het beste klaarmaakt. Laat ze maar lekker doorvechten, want zeker de cassoulet, het eeuwenoude gerecht met witte bonen wordt er steeds lekkerder op.

Het is absoluut niet zo dat deze oude recepten alleen nog maar bestaan vanwege de toeristen: voor veel Fransen in het zuiden is een restaurant geen volwaardig restaurant als er niet een confit de canard of een cassoulet op het menu staan. Daarmee bewijst de chef wat hij in huis heeft. Wij wagen ons hier niet aan een uitspraak over de beste bonenschotel van Toulouse. (Je moet voor dé cassoulet namelijk in het nog zuidelijker gelegen Foix zijn, in restaurant Le Sainte Marthe, maar ssstt, dat weten ze in T. nog niet...)

' La Ville Rose' is een bijnaam van Toulouse, omdat een groot deel van de gebouwen in de binnenstad is gemaakt van roodroze baksteen. Gecombineerd met het licht van de ondergaande zon kan de stad inderdaad een mooie roze gloed uitstralen. Een aantal van deze roodroze ' hôtels' of herenhuizen had nooit gebouwd kunnen worden zonder het het blauw van de pastelbol. Deze blauwe kleurstof zorgde in de regio Toulouse vanaf de veertiende eeuw voor een geweldige economische groei. De verfstof werd voor goud geld doorverkocht aan alle lakenindustrieën van Europa. Eeuwenlang kon het niet op in de regio tussen Albi, Toulouse en Castelnaudary en de rijke handelaren lieten prachtige herenhuizen neerzetten.

Maar uiteindelijk werd de concurrentiestrijd met India en Amerika verloren: daar werd op grote schaal indigo verbouwd, waaruit gemakkelijker en goedkoper een sterke blauwe kleurstof kon worden gemaakt. Steeds snellere zeeschepen brachten het indigo de oceaan over. En het werd weer een paar eeuwen rustig in de Languedoc. Heel erg rustig... Tot in de twintigste eeuw nieuwe industrieën Toulouse weer dynamiek brachten. En hoe: de stad is vandaag de dag het Europese centrum van de luchtvaartindustrie en de ruimtevaarttechnologie. En daar zijn ze trots op en dat willen ze weten.

Het maakt Toulouse dubbelleuk: je kan er zwelgen in kunst, cultuur en traditie, maar je ook vergapen aan technologische en wetenschappelijke hoogstandjes. Er is een waterkrachtcentrale in de Garonne te bezoeken, maar misschien wil je wel eens in een Concorde zitten? In de lucht kan het niet meer, maar op het terrein van vliegtuiggigant Airbus is er een toegankelijk voor het publiek. Er zijn in totaal twintig Concordes gemaakt en dit is nummer 2, het presidentiële toestel waarmee presidenten als Pompidou en Giscard d'Estaing over de Atlantische oceaan schoten.

Toulouse is de hoofdstad van de Europese vliegtuigindustrie door de fabrieken van Airbus, Aero-spatiale Matra en ATR. Inwoners van de stad zien geregeld bijzondere vliegtuigen over de stad vliegen zoals de immens grote Supertransporter alias Beluga alias superguppie. Airbus heeft er vijf gebouwd, in principe alleen voor eigen gebruik: ze vliegen er grote vliegtuigonderdelen mee in. Je kan na afloop van de excursie meteen een order plaatsen, zoals de sjeik van Brunei laatst deed. Hij kocht een A340, voor z'n dochter.

Airbus levert ongeveer een vliegtuig per week af: meer dan vijftig procent van alle vliegtuigen van de burgerluchtvaart zijn gemaakt door Airbus. Je voelt de trots over het nieuwste prestigeobject: de A380. Dit is een gigantisch tweedeksvliegtuig dat 555 passagiers kan vervoeren. Vanaf 2006 lopen de eerste toestellen van de band. Er zijn er al 129 besteld. Als je de modellen ziet geloof je niet dat zo'n enorme A380 ooit van de grond zal komen.

In La Cité de l'Espace komt Toulouse als centrum voor ruimtevaarttechnologie aan bod. Het is een soort attractiepark waar je je kan verbazen over de oneindigheid van het universum en het lef van de mensheid om zich in Mirs en Arianes het heelal in te laten schieten. Wie nog meer sterren wil zien kan zich iedere vrijdagavond melden in het Observatoire Jolimont om gratis mee te kijken door de telescoop. Maar je kan je ook gewoon beperken tot de aardse genoegens. Slenteren door een hippe winkelstraat als de rue Croix-Baragnon. Borrelen in het bruine proeflokaal Au Père Louis. De hele wijk Les Carmes is leuk. Bij lekker weer in het gras liggen langs de Garonne. Of de bootjes bekijken die door het Canal du Midi varen. Kunst bekijken in de officiële musea of in het Palais des Arts, naast de kunstacademie. Of in het anarchistische expressiehol Mix'art Myrys. En dan ' s avonds fantastisch eten bij Jean-Claude Plazzotta van Au Pois Gourmand. Deze chef heeft ADHD (wat een drukte als hij door zijn eetzaal loopt...) maar ook een enorm talent voor smaak en geur. Geen witte boon gezien trouwens. (bron, het parool)

 
www.lestroismontagnes.com